maandag 5 november 2007

Het verschrikkelijke leven van Paultje

Het verschrikkelijke leven van Paultje (ziek)

Het begon allemaal na een broodje smeerkaas en een gekookt ei.
Ik wreef zachtjes met mijn handen over mijn buik en over mijn onderrug. Wat een vreemd gevoel, gas hoopt zich op en je maag zet dan uit. Mijn buik zwol op en werd steeds dikker en dikker. Tot ie helemaal strak stond. Tot ik helemaal strak stond.
Eindelijk.
Ik lijk in ieder geval zwanger.
Of ik lijk op een kindje uit Ethiopië.
Gas maakte zich van mij meester en ik zweefde een klein moment.
Persoonlijke levitatie.
Het is een gave.
Afijn, heel het land heeft de buikgriep dus waarom ik dan ook niet. Ik bedoel ik heb tentamens, ik heb mijn maandelijkse periode dus een beetje buikgriep kan er ook nog wel bij. Wie zeurt er? Ik niet. Ik ben hartstikke positief. Ik vind het dolletjes. Wekenlang loop ik alweer zonder jas buiten, ga ik in de tram naast oude hoestende vrouwtjes staan, inhaleer hun bacillen en dat alles in de hoop ziek te worden want ik was de enige die het nog niet was geweest.
En dat vond ik niet eerlijk.
Na een uur onder de douche te hebben gestaan, nog steeds wrijvend over mijn bolle buik, ging ik met kramp op bed liggen. Ik trok langzaam ineen van de pijn. Mijn hoofd begon te kloppen en mijn lichaam licht te transpireren. Al die moeite wordt uiteindelijk beloond.
Elke jaar weer rond deze tijd begint het griepvirus aan een grote opmars. Iedereen lijkt wel ziek, zwak en misselijk. Zou het niet eerder iets psychisch zijn want we komen altijd net uit de zomer en hebben dus meer dan genoeg energie weten op te bouwen. Het zijn de blaadjes die uit de boom vallen die ons zo ziek maken. We laten ons allemaal beïnvloeden door de natuur. Verval, aftakeling en doodgaan is het om ons heen en niemand die zich er niet door laat beïnvloeden. Nee dat willen wij ook. Wij willen ook onze blaadjes laten vallen en aftakelen en langzaam doodgaan want dan zijn wij ook allemaal zielig.
Ik lag heel zielig op bed en mijn vriend kwam binnen.
‘Je ligt al voor me klaar.’ Mannen kunnen ook maar aan één ding denken. Heel makkelijk; het vlees ligt op bed. We gaan erop.
‘Nee ik lig niet voor je klaar idioot die je bent. Ik ben ziek.’ En toen liet ik vol trots mijn Ethiopische buik zien.
Die dag heb ik ongeveer om het kwartier op de wc gezeten. Tot de laatste druppel eruit was en ik er alleen nog maar voor de sier op zat.
Ik vond het toch niet zo leuk meer. Ik heb niks kunnen eten en drinken en het begon toch een beetje heel erg pijn te doen. Overgeven lukte niet want ik had niets gegeten maar ik bleef zo misselijk. Het is heel erg maar ik vond mezelf zielig.
’s Nachts werd ik wakker van een draaiend gevoel. Mijn eigen draaikolk. Mijn maag deed de wasmachine. Vol nijd en jaloezie keek ik naar mijn rustig slapende vriend. In plaats dat ie nou wakker word en even vraagt hoe het met me gaat ligt meneer vredig te slapen.
Zal ik hem vredig in laten slapen?
Draaikolk alarm.
Ik heb de toilet vastgehouden alsof mijn leven ervan af hing. Tranen liepen over mijn ingevallen wangen terwijl ik zwaar bevend over de rand hing.
Zwarte gal en maagzuur.
Ik heb liggend op de wc-vloer gehuild.

Geen opmerkingen: