maandag 6 oktober 2008

Het verschrikkelijke leven van Paultje

Het verschrikkelijke leven van Paultje (alles is stom)

‘Wat is er met jou aan de hand?’
Collega/vriendin J keek me aan alsof ik uit mijn ogen bloedde.
‘Er is helemaal niks hoezo?’
‘Nou je ogen zijn hartstikke rood. Heb je soms gehuild?’
‘Ja heel even maar.’
‘Wat is heel even?’
‘Anderhalf uur.’
‘Ah schatje heb je soms last van je periode?’
‘Nee ik ben ongelukkig. Tenminste ik denk dat ik het ben maar ik weet het niet zeker. Het zou ook iets anders kunnen zijn maar dat weet ik niet zeker.’
‘Wat weet je wel zeker?’
‘Dat ik nog steeds op koffie zit te wachten.’
Vriendin J stond achter de bar en over het geluid van het koffieapparaat heen schreeuwde ze tegen andere klanten dat ze niks kon horen. Ik liep naar de ruimte achter de bar en ik begon weer te huilen terwijl ik mijn tas uitpakte om mijn sportspullen te pakken. Vriendin J zette mijn koffie neer en gaf me een dikke knuffel toen ik opstond.
‘Wat is er toch?’
‘Ik weet het niet, het zit ‘m in kleine dingen. Ik sms’te mijn vriend dat ik ongelukkig ben en na zes uur heb ik nog steeds geen sms terug. Mijn kat heeft vanochtend voor de vijfde keer over de bank heen gepist en ik weet niet wat ik ermee aan moet. Ik heb geen energie om te werken, ik slaap niet goed en bovenal heb ik totaal geen zin in seks.’
‘Hoe kan je nou geen zin in seks hebben?’
‘Weet ik niet. Het is er gewoon niet.’
‘Wat is er wel?’
‘Het gevoel aan iedereen mijn middelvinger te laten zien. Om bij de eerste de beste keihard KUT in zijn oren te roepen. Ik heb zin om iemand eens even lekker door elkaar te schudden en als ie weg loopt nog even een rotschop te geven. Maar hetgeen waar ik het meest zin in hebt dat is toch wel huilen.’
En toen begon ik weer.
En toen ik uit was gehuild was hij er weer.
Die ene van toen.
Die ene van nooit.
Hij stond achter de bar en hij keek me aan en zei helemaal niks. Geen hallo of hoi of dat ie iets wilde hebben.
Ook niet dat ie mij wilde hebben of dat ie al mijn zorgen weg zou nemen als ik toe zou geven aan dat ene wat nooit is uitgesproken. Dat ene wat we altijd schenen te denken.
Vriendin J keek ons alle twee aan en liet ons alleen staan.
Zal ik al eerste wat zeggen of zal ik toch op hem wachten? Waarom zegt ie eigenlijk niks?
Ben ik dan toch eindelijk echt lelijk geworden?
‘Gaat het wel een beetje met je?’
‘Ja en nee maar hoe gaat het met jou?’
‘Zoals altijd op zoek naar de liefde die me in de steek heeft gelaten.’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik val alleen maar op jongens die al bezet zijn.’
Hij keek me aan en zei niks meer en eigenlijk zei hij toen al te veel.
Ik kreeg alleen maar nog meer zin om te huilen.

Geen opmerkingen: