donderdag 14 augustus 2008

Het verschrikkelijke leven van Paultje

Het verschrikkelijke leven van Paultje (toeristenhaat)

Ik gedraag me niet als een mongool zodra ik de grens oversteek.
Ik ben niet ineens verstandelijk gehandicapt zodra ik mij niet in mijn eigen land begeef.
Eigenlijk kost het me altijd alleen in Engeland moeite om door te hebben dat ik inmiddels midden op straat sta.
Wat nog belangrijker is, ik huur geen fiets in een land waar ik nog nooit ben geweest.
Voor alle lezers buiten Amsterdam, het is tegenwoordig als buitenlandse toerist mogelijk om hier een fiets te huren. Of men überhaupt al eens heeft gefietst of weet heeft van de regels van het verkeer lijkt volledig niet aan de orde want je ziet tegenwoordig kuddes toeristen op een rode fiets rijden.
Ze blokkeren het fietspad door stil te staan en ze fietsen op straat blijkbaar denkend dat de tram en de auto’s in Nederland van watten zijn gemaakt maar er is iets wat ik veel erger vind!
Als je ze helemaal verrot scheld hebben ze het niet eens door!
Mijn voortreffelijke ‘vuile tyfushoer’ en ‘achterlijke schijtnicht’ werden volledig genegeerd.
Nou woon ik vlakbij de Nieuwmarkt in Amsterdam en in mijn buurt stikt het dankzij de vlakbij gelegen Wallen van de toeristen.
Dat is in principe niet erg, is goed voor de lokale economie.
Het is alleen minder goed voor mijn geestelijk gestel.
Want pure ergernis maakt zich steeds vaker van mij meester. Was het eerst nog dat de gemiddelde fransoos stug in het Frans door bleef praten inmiddels fiets de stokbrood mij van mijn sokken als ik mijn deur uit kom zetten en daar blijft het niet bij want de stokbrood wordt gevolgd door macaroni en hamburger.
Maar de ergste van allemaal dat is de tapas.
De Spaanse vlieg die van mijn part keihard dood geslagen mag worden.
Niet alleen vanwege de walgelijke manier waarop de taal zich hun mond uitbraakt.
Het lijkt wel alsof de Spanjaarden zich hier van al hun intelligentie ontdoen om dan op een fiets te gaan stappen en hun best doen om vooral mijn bloed onder mijn nagels vandaan te halen.
Alleen hebben zij dan niet door dat ik dermate onbeschoft ben dat je dat allemaal juist niet bij mij moet doen.
Na de hele ochtend gewerkt te hebben en daarna met een lichte hormonale bui in de spiegel te hebben gekeken stapte ik vol pure chagrijnigheid mijn fiets op en fietste in slakkentempo huiswaarts. Ik was nog maar een vijf minuutjes van mijn huis verwijderd en ineens vanuit het niets bleef het mormel Miguel of zoiets midden op straat met zijn tapasmeisjes stilstaan.
Ik stond boven op mijn rem. Net als de mensen achter mij.
Godver tyfus aap zomaar ga je stil staan.
16 Grote bruine ogen kijken me dom aan en achter mij priemen de ogen van mijn medefietsers in mijn nek.
Wat kan ik nu nog zeggen? Wat kan ik nu nog doen?
Ik, homo onbeschoftus?
Ik stapte mijn fiets af en liep naar de hoofdtapas.
‘Utilícele cerebro vieze tapasnicht en nou oprottos snellos met je fietsos.’
Geen beweging.
‘Rapido, más rápidamente, lo más rápidamente posible.’
Nog steeds niks.
Er zat niks ander op dan dwars door de tapas heen te rammen. Ik gaf de hoofdtapas een douw terwijl ik keihard andelé, andelé schreeuwde en ik mijn fiets langs de meisjes schuurde.
Welkom in Amsterdam.
I Amsterdam.

1 opmerking:

Anoniem zei

Meesterlijk!

Tijd voor een cursus spaanse scheldwoorden Paultje?