Het verschrikkelijke leven van Paultje (kutwijf)
Soms zie je iemand.
Die je niet kent, nooit hebt gezien.
En toch kan je al gelijk met zekerheid zeggen dat je het een enorm kutwijf vindt.
Gek is dat hè?
Soms vraag ik me ook af hoeveel mensen dat gevoel krijgen als ze mij voor het eerst zien.
Volledig uitgerust kwam ik terug van vakantie. Wallen waren weggewerkt en ik ben een tintje bruiner. Kortom het uiterlijk werkt eindelijk ook eens mee.
Maar aan alles komt een eind en ik mocht mijn eerste sportles geven.
Ik kom binnen en er staat een nieuwe collega.
Een meisje.
Gatver.
Knap en een beetje een tutje.
Ik kijk beter.
Eigenlijk vind ik haar nu al niet meer knap en ze is ook niet een klein beetje tuttig. Nee, als ik heel goed kijk is ze is eigenlijk een tut met te kleine tieten, een platte kont en vlassig haar.
Vind ik.
Ik vind ook dat ze kijkt alsof ze al drie dagen op een joint zit te kauwen.
Het kutwijf steekt haar hand uit zodra ze door heeft dat ik een collega ben en komt op me aflopen, waarop ik snel een paar passen naar achter zet. Collega kut kijkt me met grote ogen aan en trekt haar hand weer in. Ik zeg dat ik vieze handen heb maar bedoel dat ik ze van haar anders zou krijgen. Er heerst spanning en we zijn er nog niet helemaal uit wie als eerst zijn mond open gaat trekken.
Ik vraag om water.
Het hoge woord is er uit en mijn mannelijke collega’s die aan de bar zitten kijken me vragend aan. Mannen zijn dom.
Ik steek mijn tong uit en steek mijn middelvinger op. Ik krijg mijn water in mijn handen gedrukt en als ik wegloop hoor ik mijn mannelijke collega’s tegen collega kut zeggen dat ik waarschijnlijk ongesteld moet worden.
Pure woede maakt zich van mij meester. Waar halen ze het vandaan? Ik kom de kleedkamer binnen en ik zie niks meer door de waas van mijn ogen.
(Oké ik lieg, links staan twee oude mannen halfnaakt, er komt een donkere jongen met een enorme leuter de douche uitlopen, de wc zit op slot en rechts zit een man met haar op zijn rug.)
Ik sta een paar minuten in mijn onderbroek.
Het is allemaal haar schuld. Ze infiltreert precies in die twee weken dat ik weg ben omdat ze heeft geroken dat ik, het lievelingetje, er niet ben en iedereen weet dat als de kat van huis is dat dan de muizen dansen.
Op hoge kattenpoten loop ik de kleedkamer weer uit. Met kleding aan uiteraard.
Niemand maar dan niemand neemt mijn plek in.
Ze hing over de bar met haar tieten richting de kwijlende koppen van mijn collega’s.
‘Sorry hoor van net maar ik werd net door een viespeuk versierd terwijl ik aan het fietsen was. Soms vraag ik me af waarom mannen denken dat ze overal mee wegkomen. Ik ben Paultje’
‘Oh ik dacht al maar dat geeft niet hoor, ik begrijp precies wat je bedoelt. Ik heb ook altijd last van zulke idioten en soms kom je gewoon niet van ze af.’
‘Volgens mij gaan wij hele goeie vriendinnen worden!’
‘Jeetje dan ben je mijn eerste echte gay vriend.’
……..
Iemand ooit gehoord van de term valse nicht?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten