woensdag 3 september 2008

Het verschrikkelijke leven van Paultje

Het verschrikkelijke leven van Paultje (huilebalk)

Mijn maandelijkse periode is aangebroken.
Ren, vlucht en red jezelf nu het nog kan.
Oestrogeen maakt zich momenteel meester van mijn lichaam. Mijn tieten doen pijn, overal doemen puisten op en ik ben retechagrijnig, überverdrietig, megageil en overdreven blij tegelijk.
Mannen lust ik rauw, maakt niet uit welke leeftijd. Op dit moment stinken ze allemaal.
Vrouwen zijn oké zolang ze maar dikker zijn dan dat ik ben.
Alles kost teveel moeite en energie en ik heb nu al drie dagen mijn pokerface opgezet als ik naar buiten ga. Mijn vriend trakteer ik daarentegen al drie dagen op de keiharde waarheid.
Je begrijpt wel hoe gezellig het nu bij mij thuis is.
Ik stond een half uur geleden in de keuken. Een beetje te draaien op mijn plek en mij te verbazen dat het soms lijkt alsof ik al acht kinderen in huis heb wonen of varkens, het maakt evenveel troep.
Ik stond erbij en keek ernaar.
Het koste me teveel moeite de vieze borden op te pakken en de vaatwasser in te ruimen. Het koste me eigenlijk al te veel moeite om er naar te kijken. Nee eigenlijk koste het me al te veel moeite om op dat moment mijn ogen open te houden en te ademen. Het maakte niet meer uit als ik op dat moment in elkaar was gestort en dood op de vloer was blijven liggen.
De vloer was mijn tempel op dat moment.
Het mocht aanbeden worden.
Het was het enige dat schoon was in huis.
Maar wat deed ik?
Ik trok de koelkast open. En waarom eigenlijk? Om te zien dat ook die schoon gemaakt moest worden? Om te zien dat ik boodschappen moest doen? Waarom zou ik dat doen? Ik heb ook geen zin om te eten. Ik wil helemaal niks eten en drinken. Ik wil lekker uitdrogen, ben ik ook gelijk van die puisten af.
Een paar minuten later stond ik toch in de supermarkt mijn mandje te vullen. Ik ben een paar keer langs het ijs gelopen. Heen en weer tot ik wel klaar was met ijsberen, de deur van het vriesvak opende, niks pakte en de deur toch maar weer dichtdeed.
Als ik nu geen wijf ben dan weet ik het ook niet meer.
Het ergste moest nog komen.
De kassa.
Iedereen kent me bij mijn supermarkt. Sommigen zelfs bij naam. Dat is heel leuk op andere dagen.
Vandaag zat de vrouw met vlassig haar achter de kassa en ze vroeg hoe mijn vakantie was, hoe het met me ging en hoe de plannen voor mijn bedrijf ervoor stonden.
Ik wilde heel hard KUT schreeuwen tegen de vlassige kop maar ik zei wel lekker op dezelfde manier als ik reageer als mijn man voor me heeft gekookt.
En toen begon het.
Ik haalde snel mijn pas door de gleuf, stopte mijn boodschappen in de tas en net nadat ik de supermarkt uitliep kwam de eerste. Ik trok mijn pet verder over mijn voorhoofd heen en liep met 120km per uur terug naar huis maar het mocht niet baten want toen ik de sleutel niet in het sleutelgat kreeg begon ik keihard te janken.
De deur ging open en aan de andere kant stond de buurvrouw en ook zij vroeg of het ging.
Ik zei nee met snot op mijn lip en liep huilend de trap op. Oh ja mijn schouder deed ook pijn (nog zieliger).
Ik huil nu alweer een half uur en ik weet eigenlijk niet waarom.
Nog een dag of twee en dan is het vast weer over.

Geen opmerkingen: